EVEN VOORSTELLEN: Arjan Hanekamp

Eerder sprak ik al met de voormalige projectleider Oost 5 rood/multi en zijn opvolger, over hun ervaring met de samenvoeging tot één meldkamer in Oost-Nederland. Vandaag is het de beurt aan Arjan Hanekamp, projectleider ambulancezorg realisatie MK ON i.o. Voor de collega’s van de zgn. ‘witte kolom’ zeker geen onbekende. Sinds jaar en dag is hij voor hen namelijk het gezicht en aanspreekpunt wat betreft de samenvoeging tot één meldkamer in Oost-Nederland.

Arjan, fijn dat je wilt meewerken aan dit interview! Wil je allereerst iets over jezelf vertellen?

‘Jazeker. Ik ben 54 lentes jong en woon in Heerde. Vanaf de eerste landelijke plannen tot samenvoeging van meldkamers ben ik betrokken vanuit de witte kolom. De directies ambulancezorg in de vijf regio's hebben mij destijds gevraagd om te participeren in het projectteam (red.: inmiddels omgevormd tot Transitieteam).’

Wat is precies jouw rol binnen de samenvoeging?

Arjan vertelt: ‘Namens de ambulancediensten in Oost-Nederland breng ik de rol van ambulancezorg in. We gaan nu richting de realisatiefase, nadat het project sinds de vaststelling van het Programma van Eisen – zo’n 2 jaar geleden – voor ons als projectleiders gevoelsmatig op een wat lager pitje heeft gestaan.’ De afgelopen jaren kenmerkten zich door de planvorming en realisatie van de nieuwbouw. Na de aannemersselectie eind 2020 is er bouwtechnisch gezien juist veel gebeurd. Maar voor Arjan begint het samenvoegingstraject nu pas echt te spelen. ‘Vanaf januari voel ik een boost om het ‘project samenwonen en samenwerken’ met z’n allen goed vorm en inhoud te geven. Onlangs hebben we binnen ambulancezorg O5 besloten om een kwartiermaker aan te nemen, die samen met mij in de projectorganisatie plaatsneemt, van 1 juni tot en met de samenvoeging 1e kwartaal 2023. Deze kwartiermaker moet écht aan het werk’, lacht Arjan. ‘Maar zonder dollen: hij of zij wordt verantwoordelijk voor het realiseren en operationeel stellen van ambulancezorg.’ Arjan blijft het gezicht naar buiten toe, en is daarnaast ook betrokken bij landelijke meldkamerontwikkelingen. ‘Ik schakel vooral op strategisch niveau’, aldus Arjen.

Kun je aangeven hoe de collega’s van ambulancezorg de transitie over het algemeen ervaren? 

Arjan is van mening dat het proces rondom ambulancezorg voor veel medewerkers niet meer zal zijn zoals het altijd was. ‘De nieuwe meldkamerlocatie heeft de afmetingen van maar liefst drie tennisbanen en er komen veel meer meldtafels te staan dan in de huidige situatie. De meldkamervloer wordt echt immens groot. Dit is een enorme verandering, waar de één beter mee kan omgaan dan de ander. En ook de reistijden zijn voor sommige collega’s een struikelblok.’ Arjan vertelt verder dat er binnen de witte kolom veel vraagstukken zijn rondom de continuïteit in acute zorg. Waarmee we meteen het onderwerp ‘Zorgcoördinatiecentrum’ aansnijden.

Er is de afgelopen jaar veel te doen geweest rondom de ontwikkeling van Zorgcoördinatiecentra (ZCC’s). Kun je hier iets meer over vertellen?

Druk op de zorg

‘We zien in heel Nederland nu inderdaad her en der ZCC’s ontstaan. Het idee hierachter is dat de druk op de zorg steeds meer toeneemt, waarbij de zorgvragen steeds complexer worden. Dat, in combinatie met moeilijk kunnen vinden van zorgmedewerkers, maakt het noodzakelijk om binnen de zorg intensiever met elkaar samen te werken. Het gaat bij zorgcoördinatie over vijf functies.

  1. Eenduidige toegang. Patiënten met een acute zorgvraag kunnen terecht bij één centraal (virtueel) loket. Hier werken verschillende zorgaanbieders samen. Zij zorgen ervoor dat de patiënt de best passende zorg krijgt.
  2. Triage. Er is sprake van eenduidige triage. Alle samenwerkende zorgaanbieders binnen het zorgcoördinatiecentrum spreken dezelfde taal, ondersteund door een (te ontwikkelen) gezamenlijk basis triageprotocol.
  3. Passende zorginzet. Professionals met ketenbrede expertise bepalen de passende zorginzet. Dit kan resulteren in direct contact tussen zorgverlener en patiënt, inzet naar planbare zorg of zelfzorgadvies.
  4. Regie vervolgzorg. Het zorgcoördinatiecentrum heeft de regie na de eerste zorginzet tot er goede zorgopvolging is. Dan gaat de regie over naar andere zorgaanbieders óf naar de patiënt zelf.
  5. Zelfmanagement. Het zorgcoördinatiecentrum ondersteunt zelfmanagement van patiënten met informatie, advies en techniek. Zo hoeven zorgaanbieders alleen in actie te komen als dat echt nodig is.’

Zorgpartners

Arjan vervolgt: ‘Bij de ontwikkeling van ZCC’s zijn veel regionale zorgpartners betrokken om deze ontwikkeling vorm te geven. Landelijk staat het op de agenda van het ministerie van VWS, Ambulancezorg Nederland, de Nederlandse Zorg Autoriteit, zorgverzekeraars enz. De minister van VWS heeft in de Houtskoolschets acute zorg bouwstenen aangedragen voor de toekomstige inrichting van de acute zorg. En de Nederlandse Zorg Autoriteit heeft recent het advies Passende acute zorg uitgebracht, waarmee zij wil bereiken dat goede acute zorg voor iedereen beschikbaar blijft. Kortom: veel ontwikkelingen in het totale zorglandschap die ook het nodige effect hebben op de ambulancezorg.’

ZCC’s in Oost-Nederland

In Oost-Nederland zijn drie ZCC’s voorzien: één in Zwolle, één in Twente en één in de regio Arnhem-Nijmegen. De komende periode worden deze omgevingen gerealiseerd zodat het in de pas loopt met de realisatie van de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland in Apeldoorn. Ambulancezorg in Oost-Nederland wil in de nieuwe meldkamer overigens ook naar ‘next level’, aldus Arjan. ‘Met de realisatie van onze Meldkamer Oost-Nederland voor vijf regio’s biedt dit mogelijkheden. In de multidisciplinaire samenwerking liggen kansen om dit vorm te geven.’

Informatiegestuurd werken

‘Een goede aanpak van incidenten en informeren van de ingezette teams is eigenlijk alleen mogelijk vanuit informatiegestuurd werken.’ Arjan vraagt zich af of dit dan multidisciplinair opschalen is, zoals vaak wordt gezegd. Hij vindt dit een vreemde term. ‘Disciplines schalen monodisciplinair op binnen de kolom om goede inzet te realiseren, passend bij het lopende incident. We stemmen vervolgens af naar het juiste GRIP-niveau, en gaan dan multidisciplinair informatie delen om incidentbestrijding goed te laten verlopen. Het gaat dus binnen de meldkamer heel nadrukkelijk om multidisciplinaire informatievoorziening maar niet om multidisciplinair opschalen. Voor ambulancezorg wordt er nu door TwijnstraGudde een analyse uitgevoerd of en zo ja op welke wijze invulling gegeven kan worden aan informatiegestuurd werken.’

Wat is volgens jou het grootste voordeel van de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland?

Daar is Arjan stellig in: ‘Qua huisvesting vind ik het een vooruitgang. Alles is nieuw, we gaan werken in een gebouw dat speciaal gemaakt is om in de functionaliteit meldkamer te voorzien. De indeling van de meldkamervloer is samen met de gebruikers vastgesteld en ondersteunt het proces.’ Als we het hebben over de samenvoeging, gaat het natuurlijk niet alleen om een nieuw meldkamergebouw. We gaan in 2023 ook samenwonen en samenwerken. Arjan ziet wat dat betreft echter voor ambulancezorg geen efficiencywinst in het verschiet.

Op welk onderdeel ziet de witte kolom kansen?

‘Op het gebied van informatiegestuurd werken, zeker op Oost 5-niveau. We hebben straks de omvang om dat met elkaar robuust aan te pakken, om het goed vorm en inhoud te kunnen geven. Als kleine meldkamer ambulancezorg is dat toch lastiger: we hebben qua informatievoorziening nog wel een been bij te trekken, als je dat bijvoorbeeld vergelijkt met team RTIC (Real Time Intelligence Center) van de Politie.’

Heb je tips voor ons als programmaorganisatie?

Arjan, peinzend: ‘Ik denk dat een concrete tijdlijn naar 2023 enorm gaat helpen. Dat is ook handig richting de gebruikers. Zodat je o.a. weet wanneer je bijvoorbeeld wat moet vragen.’

Arjan, wil je verder nog iets toevoegen?

Daar hoeft Arjan niet lang over na te denken: ‘Met elkaar kunnen we trots zijn op wat we in Apeldoorn neerzetten. Op basis van de inhoud weten we elkaar altijd te vinden, een belangrijke basisvoorwaarde om een project tot een goed einde te brengen.’

Contact met Arjan?

Wil je Arjan spreken, dan kun je hem bereiken via telefoonnummer 06 -10 21 26 30 of per mail: a.hanekamp@ambulanceijsselland.nl.

 

 

Voeg toe aan selectie