VERANDERVERHAAL: Robert-Jan Buitelaar en Marcel Dommerholt

Eind vorig jaar spraken we een brandweercentralist van Meldkamer Twente over de samenvoeging van de drie meldkamers in Oost-Nederland. Deze keer is het de beurt aan politiecentralisten Robert-Jan Buitelaar en Marcel Dommerholt van Meldkamer Arnhem-Nijmegen om hun verhaal te vertellen. We gaan met hen in gesprek over de veranderingen die op stapel staan. Zodat we een beeld krijgen bij het ‘persoonlijke veranderverhaal’ van deze heren.

Robert-Jan en Marcel, fijn dat jullie mee willen werken aan dit interview! Willen jullie allereerst iets over jezelf vertellen?

Robert-Jan: ‘Ik ben 39 jaar, vader van Jip (5) en Cato (3) en sinds januari 2015 werkzaam op de meldkamer in Arnhem. Eerst in de 50%-functie (50% meldkamer en 50% basisteam noodhulp) en tegenwoordig fulltime als senior in een WEP (WerkErvaringsPlek).’ Marcel is 40 jaar oud, 15 jaar getrouwd met Marjolein en vader van Max (9).

Hoe lang werken jullie al bij Meldkamer Arnhem-Nijmegen en wat is jullie achtergrond?

Robert-Jan vertelt dat hij in 2002 is begonnen bij de Koninklijke Marechaussee, waar hij werkzaamheden verrichtte als wachtmeester in de algemene politiedienst. ‘In 2008 heb ik de overstap naar de toenmalige regiopolitie Gelderland-Midden gemaakt en ben ik na de initiële politieopleiding geplaatst op het basisteam in Ede. In november 2014 werd door een collega van de meldkamer binnen ons basisteam gepolst of iemand interesse had om voor 50% te ruilen. Aangezien ik de meldkamer altijd wel interessant heb gevonden, besloot ik mijzelf aan te melden. Zodoende ben ik in januari 2015 gestart als centralist op de meldkamer (toen nog CMG: Centrale Meldkamer Gelderland-Midden). In 2017 ben ik gevraagd of ik naast mijn werkzaamheden als centralist ook CaCo wilde worden. Ik heb toen na de opleiding tot CaCo ook meerdere diensten als CaCo gedraaid. Sinds november 2021 ben ik werkzaam in een WEP-functie als senior op de meldkamer.’

Ook Marcel is zijn werkzame leven begonnen bij de Koninklijke Marechaussee, in 2002. ‘Ik heb eerst gewerkt als objectbeveiliger bij het Koninklijk Huis en later als medewerker mobiel toezicht vreemdelingen/veiligheid. In 2010 heb ik de stap gemaakt naar de landelijke meldkamer van de KMar, destijds nog gevestigd in Driebergen. In juni 2012 ben ik vervolgens bij de politie gaan werken, op de meldkamer in Arnhem als generalist. Vanaf 2013 tot 2021 ben ik ook ME verbindingsfunctionaris geweest en opgeleid als CaCo. Momenteel heb ik als neventaak het coachen van nieuwe collega’s en ben ik kerninstructeur Dragonforce. Dat is een politiesysteem waarmee we rechtstreeks foto's/locaties/verklaringen kunnen delen tussen de meldkamers en de collega's op straat.’

Foto: achter Marcel Dommerholt, voor Robert-Jan Buitelaar 

Sinds wanneer weten jullie dat er één meldkamer in Oost-Nederland wordt gerealiseerd? En herinner je je nog wat jullie eerste gedachte toen was?

Robert-Jan wist dit al toen hij in 2015 op de meldkamer kwam werken. ‘Dat jaar hoorde ik dat we in 2019 op één meldkamer in Apeldoorn zouden zitten, met de collega’s van de (voormalige) meldkamers binnen Oost-Nederland. In 2016 werd dat 2020 en zo schoof het telkens een jaar op. Nu ik het gebouw met eigen ogen heb zien staan, weet ik dat het moment van overgang echt begint te naderen.’

Ook Marcel is hier al een tijd van op de hoogte. ‘Mijn eerste gedachte was dat ik mijn fiets om moest gaan ruilen voor de auto om naar mijn werk te komen. Voor wat betreft de reistijd gaat er niet eens zo gek veel veranderen, gelukkig. Op dat moment kon ik mij er nog niet echt een voorstelling van maken omdat e.e.a. nog niet concreet uitgewerkt was.’

Ik kan me voorstellen dat jullie bij de samenvoeging van de meldkamers Nijmegen en Arnhem in 2019 ervaringen hebben opgedaan waar wij van kunnen leren. Kunnen jullie er een paar noemen?

De beste tip wat Robert-Jan betreft is om niet het gevecht met elkaar aan te gaan maar problemen bespreekbaar te maken. Robert-Jan, lachend: ‘Ik weet dat er binnen de politie een heleboel eigenwijze mensen werken (inclusief ikzelf) maar als er iets is dat ik heb geleerd van de samenvoeging met de meldkamer in Nijmegen, is dat naar elkaar luisteren echt enorm belangrijk is. Ik heb inzichten gekregen door bepaalde werkwijzen die de meldkamer in Nijmegen hanteerde en ik weet inmiddels dat dat vice versa ook zo is. Uiteindelijk komen die werkwijzen steeds dichter bij elkaar, wat de samenwerking alleen maar bevordert.’ Robert-Jan benadrukt nog eens: ‘Echt: luister naar elkaar!’

Marcel denkt dat het vooral van belang is om oog te hebben voor de verschillen in de werkprocessen.

En, willen jullie straks in Apeldoorn werken? Zo ja, hebben jullie dan ook verhuisplannen richting Apeldoorn?

Robert-Jan geeft aan dat hij zeker wel in Apeldoorn wil werken. Voor hem is verhuizen niet aan de orde, want hij woont in Zwolle en gaat dus juist dichterbij zijn woonplaats werken.

Ook Marcel gaat mee naar Apeldoorn. Verhuizen is niet nodig omdat de reistijd voor hem niet veel verandert.

Zien jullie ergens tegenop wat betreft de samenvoeging/nieuwbouw?

Daar hoeft Robert-Jan niet lang over na te denken: ‘Nee, ik zie eigenlijk nergens tegenop. Ik hou van verrassingen en zie de samenvoeging als een mooie uitdaging! We gaan echt wel tegen obstakels aanlopen, maar alles is op te lossen.’

Marcel: ‘Ook ik zie niet echt ergens tegenop, maar denk wel dat er nog het een en ander afgestemd moet worden. We zijn nu met drie meldkamers in Oost-Nederland, met eigen werkwijzen en gewoontes. Dat zal nog wel even wennen worden.’

Waar ligt volgens jullie de grootste uitdaging?

Robert-Jan denkt dat deze zit in de verschillende werkwijzen. Hij licht toe: ‘We alarmeren in Gelderland-Midden en Gelderland-Zuid zelf de forensisch arts en in de nachtelijke uren een verpleegkundige voor de bloedproef, terwijl dit in Noord-Oost Gelderland en IJsselland via de MKA (Meldkamer Ambulancezorg) wordt gedaan. En zo zijn er nog meer verschillen in werkwijzen en gebruiken, die uiteindelijk hopelijk samensmelten tot één manier van werken.’

Voor Marcel ligt de grootste uitdaging bij het harmoniseren van de processen en werkafspraken.

Welke vragen leven er bij jullie op de werkvloer?

Robert-Jan hoort veel vragen van collega’s of zij in het begin – dus de eerste periode na de samenvoeging - betrokken blijven bij hun oude verzorgingsgebied. ‘Dit was bij de samenvoeging met Gelderland-Zuid ook zo,’ vertelt hij. ‘En ik denk dat het goed is om dat in eerste instantie bij de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland ook te doen. Ik ben wel van mening dat als je goed overweg kunt met GMS (Gemeenschappelijk MeldkamerSysteem), GIS (Geografisch InformatieSysteem) en RABS (RAdio BedieningsSysteem (C2000)), je elk gebied in Nederland kunt aansturen.’ Robert-Jan heeft er wel vertrouwen in: ‘Als dat proces net zo verloopt als hier in Arnhem na de samenvoeging, dan gaat het wel goedkomen.’

‘Vragen zijn er altijd, en er komen ook altijd weer nieuwe naar boven’, aldus Marcel. ‘Gelukkig zijn er diverse collega’s die in werkgroepen zitten en van daaruit communiceren over de stand van zaken van de samenvoeging. En ook bij LMS kunnen we terecht met vragen.’

Vinden jullie dat je voldoende op de hoogte bent van de ontwikkelingen rondom de samenvoeging? Zo nee, hoe denken jullie dat het beter kan?

Robert-Jan: ‘Jazeker, er komt regelmatig een nieuwsbrief uit over de samenvoeging en er is een aparte pagina op het politie-intranet waarop alle ontwikkelingen worden bijgehouden.’

Marcel vindt dat er voldoende informatie beschikbaar is om op de hoogte te blijven. ‘Ik ga er vanuit dat dit in de loop van het jaar, tot het moment daar is, alleen maar meer wordt.’

Tot slot: is er nog iets wat jullie kwijt willen?

Robert-Jan heeft een boodschap voor alle collega’s die straks naar de nieuwe locatie in Apeldoorn verhuizen: ‘Wees lief voor elkaar. We hebben een flinke klus te klaren en dat moeten we echt met z’n allen doen!’

Marcel kan hier kort over zijn: ‘Op naar een mooie samenwerking tussen de drie huidige meldkamers in de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland in 2023!’

Voeg toe aan selectie