Veranderverhaal: Robert Jannink

Op een zonnige herfstdag rijd ik naar het mooie Twente, voor een afspraak met Robert Jannink. Robert is brandweercentralist bij Meldkamer Twente en ik ga met hem in gesprek over de veranderingen die op stapel staan. Zodat ik een beeld krijg bij Roberts ‘persoonlijke veranderverhaal’. Handen schudden zit er nog even niet in, maar de ontvangst is er niet minder warm om. Ik spreek Robert in een grote ruimte, op veilige afstand. Onder het genot van een bak Twentse koffie met een uit Apeldoorn meegebrachte lekkernij. Zo zorgen we samen op bescheiden niveau al een beetje voor de broodnodige verbinding!

Robert, fijn dat je mee wilt werken aan dit interview! Wil je allereerst iets over jezelf vertellen?

Robert, enthousiast: ‘Jazeker! Ik ben getrouwd, heb twee kinderen en woon in Hengelo. Ik woon zelfs zo dicht bij de meldkamer dat ik op de fiets naar het werk kan. Handig hoor, voor als ik snel moet invallen als er iemand ziek is of als er een calamiteit is waarbij een extra centralist gewenst is.’

Hoe lang werk je al bij Meldkamer Twente en wat is jouw achtergrond?

Robert vertelt: ‘Ruim 20 jaar geleden ben ik begonnen als brandweervrijwilliger, bij post Hengelo-Noord. Ik werkte destijds nog bij een houthandel. In 2009 kwam er een vacature vrij op de meldkamer, waarop ik heb gesolliciteerd. En gelukkig werd ik aangenomen! Ik heb toen de opleiding tot centralist gevolgd, en ben nu nog steeds met veel plezier als zodanig werkzaam. Wel ben ik me in al die jaren blijven ontwikkelen en heb ik me uiteindelijk ontplooid tot CaCo en instructeur (communicatie & verbindingen en kerninstructeur C2000).’ Hij maakt een bruggetje naar de nieuwe meldkamer: ‘Ik houd niet van stilzitten en ook niet van stilstand qua werk. Ik doe dan ook mee in verschillende werkgroepen, o.a. die over harmonisatie werkprocessen GMS.’

Sinds wanneer weet jij dat er één meldkamer in Oost-Nederland wordt gerealiseerd? En herinner je je nog wat je dacht toen je dat hoorde?

Robert denkt even na. ‘Waarschijnlijk in 2016 al wel. Maar nu komt het pas echt dichtbij. M’n eerste gedachte destijds was: “Heb ik hier net een leuke loopbaan in Twente, en dan krijg je dit. Hadden ze dat niet eerder kunnen zeggen?!” Maar naarmate het meer is gaan leven, ben ik me er ook steeds meer in gaan verdiepen en heb ik goed nagedacht over wat het voor mij persoonlijk betekent. Op deze manier kan ik makkelijker een  keuze maken.’

En, wat is die keuze? Wil jij straks in Apeldoorn werken? En zo ja, heb je dan ook verhuisplannen richting Apeldoorn?

Robert kiest z’n woorden zorgvuldig. ‘Op dit moment zeg ik: ik wil graag mee, omdat ik van uitdaging houd. Ik denk dat er een hele mooie meldkamer komt te staan, waarin we gaan samenwerken met nieuwe collega’s. Het gevoel bij hen is goed. In dat opzicht heb ik weinig moeite om de overstap te maken.’ Peinzend: ‘Het heeft natuurlijk ook met jezelf te maken, ik ben van nature een positief persoon. Ik zie er wel toekomst in! Verhuizen is overigens niet het plan. Ik zit binnen drie minuten op de snelweg en ben dan ook zo in Apeldoorn.’

De vraag of hij de nachtdiensten in de nieuwe situatie lastig vindt, beantwoordt Robert ontkennend. ‘Dat is voor mij helemaal geen issue. Ik heb trouwens gehoord dat er zo nodig wordt voorzien in een hotelkamer, maar ik weet niet of dit klopt.’ Op mijn opmerking dat de adaptieve verlichting (gericht op het menselijke bioritme) in de nieuwe meldkamer ongetwijfeld helpend zal zijn hierbij, reageert Robert enigszins sceptisch (en wellicht met de alom bekende Twentse nuchterheid…..): ‘Hartstikke mooi, maar daar geloof ik nog niet direct in. Dit moet ik eerst zelf ervaren om daar een oordeel over te kunnen geven’.  

Zie je ergens tegenop wat betreft de samenvoeging van de drie meldkamers in Oost-Nederland?

Robert antwoordt resoluut: ‘In het begin hadden we het gevoel dat wij bij een andere meldkamer in zouden komen en ons zouden moeten aanpassen. Naarmate het proces vordert sta ik er echter heel anders in: we beginnen gewoon allemaal opnieuw. Met elkaar starten we iets nieuws op.’  Vervolgens nuanceert hij: ‘Waar ik toch wel wat tegenop zie, is de verandering van werkgever (red.: alle brandweercentralisten komen in dienst bij de VNOG). Bij m’n huidige werkgever ken ik de weg. Die is altijd goed voor me geweest, stond altijd voor me klaar. Het is natuurlijk afwachten hoe dat in de nieuwe situatie zal zijn.’ Robert doelt vooral op de arbeidsvoorwaarden. Hierover is binnen brandweer Oost 5/multi nog overleg gaande, een Sociaal Plan is in de maak. Robert: ‘Ik ben heel benieuwd wat daar uiteindelijk uit gaat komen, hoe het financieel uitpakt en welke secundaire voorwaarden er zijn, om maar een dwarsstraat te noemen.’

Waar ligt volgens jou de grootste uitdaging?

‘Zoals ik het zie: in het op één lijn krijgen van alles en iedereen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan werkprocessen en protocollen. Er moet een eenduidige basis komen van waaruit je kunt werken. Het moet de centralist zo makkelijk mogelijk worden gemaakt. Enerzijds voor de hulp aan de burger, maar anderzijds ook voor de medewerkers zelf. Arbeidsvreugde is o zo belangrijk. Momenteel is er nog veel onzeker. Geharmoniseerde werkprocessen zijn helpend, geven stabiliteit.’

Welke vragen leven er bij jullie op de werkvloer?

‘De hamvraag is natuurlijk: wie kan er mee en wie niet? We staan er allemaal eigenlijk positief in, maar stel dat niet iedereen meekan, wat doet dat dan met de groep?’ Robert denkt even na, om vervolgens te concluderen dat er verder vooral vragen zijn over de arbeidsvoorwaarden. ‘Wat betekent het financieel? En hoe gaat het met de (nacht)diensten? In Twente is er namelijk een 24 uursdienst en een regeling voor 55-plussers, die geen nachtdiensten hoeven te draaien. Blijft dit hefzelfde of krijg je een nieuwe indeling van diensten en werktijden voor alle collega’s?’

Vind je dat je voldoende op de hoogte bent van de ontwikkelingen rondom de samenvoeging? Zo nee, hoe denk je dat het beter kan?

Robert vindt dat hij goed wordt geïnformeerd door de eigen leiding. ‘Maandelijks is er een overleg met de brandweercentralisten van de meldkamer Twente. Als er nieuws is over de transitie, komt dat daar ook aan de orde. Verder is er af en toe een extra bijeenkomst over de transitie. Of er wordt een zogenaamde carrouseloefening georganiseerd; er haken dan bijvoorbeeld collega’s van HR aan, aan wie vragen gesteld kunnen worden. Er wordt alles aan gedaan om ons zo goed mogelijk op de hoogte te houden. Ook vanuit de programmaorganisatie MK ON i.o. / LMS is de informatievoorziening prima.’

Tot slot: is er nog iets wat je kwijt wilt?

Hierover hoeft Robert niet lang na te denken: ‘Ik vind dat we er met z’n allen een geweldige mooie samenwerking van moeten maken, waarbij we de noodoproepen naar volle tevredenheid oplossen!’

Na deze mooie afsluiter loop ik samen met Robert naar de meldkamer, waar ik vanaf de drempel een snelle blik op de werkvloer werp en een foto van Robert achter z’n meldtafel neem. Het afscheid is even hartelijk als de ontvangst, en met een tevreden gevoel vertrek ik huiswaarts. Het was fijn om het veranderverhaal van deze enthousiaste collega te mogen optekenen!

Voeg toe aan selectie