Wisseling van de wacht bij Oost 5 / Rood Multi

Tot februari dit jaar was Michel Thijssen Projectleider Oost 5 / Rood Multi voor het project samenvoeging meldkamers brandweer Meldkamer Oost-Nederland i.o. In die hoedanigheid begeleidde hij de organisatie-uitwerking en het harmonisatieproces. Hij stond daarmee aan de wieg van één meldkamerorganisatie brandweer / multi binnen de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland. Inmiddels richt hij zich weer fulltime op zijn taken als manager hoofd brandweerzorg van Veiligheidsregio IJsselland. Michel is opgevolgd door Jur van Lieshout, geen onbekende in de brandweerwereld. Hij werkte hiervoor o.a. bij brandweer Hollands-Midden, Kennemerland en Amsterdam-Amstelland. We spraken beide heren uitgebreid over deze verandering.

Michel, vanwaar deze stap? Blijf je nog wel betrokken bij het samenvoegingstraject brandweer Meldkamer Oost-Nederland?

Michel stelt voorop dat hij het een mooie uitdaging vindt om dergelijke projecten te doen, naast zijn managementtaak in IJsselland. Wat hem betreft is dit echter het moment van een ‘knip’ in het samenvoegingstraject. ‘Ik heb me de afgelopen twee jaar vooral beziggehouden met de uitwerking van het organisatieplan in brede zin, dus ook de financiën, governance en het werkgeverschap. Het organisatie- en formatieplan is klaar voor besluitvorming door de besturen van de vijf veiligheidsregio’s, en de kans bestaat dat er op 3 maart een principeakkoord over het Sociaal Plan is. En dan gaan we de fase in van de operationele voorbereiding op de ingebruikname, die bij tijd en wijle heel intensief is. Dat gaat wringen met mijn functie bij IJsselland.’ Het was mooi geweest als de nieuwe teamleider rood / multi er al zou zijn, maar zover is het helaas nog niet. Dat wordt wel zomer 2022, aldus Michel. Hij geeft aan altijd open te staan voor een nieuw project maar zich vooralsnog te willen richten op zijn functie binnen IJsselland.  

Jur, wil je wat over jezelf vertellen? Wat heb je tot nog toe gedaan en wat ga je precies doen binnen het samenvoegingstraject?

Jur vertelt: ‘Ik heb ruim 20 jaar ervaring zowel in mono- (brandweer) als multidisciplinaire omgeving (staf, veiligheidsbureau, meldkamer) en als projectmatig leidinggevende. In deze tijd heb ik in diverse functies voor de veiligheidsregio’s Hollands-Midden, Kennemerland en  Amsterdam-Amstelland gewerkt. En ik heb – vanuit mijn functie in Kennemerland – al een samenvoegingstraject meegemaakt van de meldkamer. Daar zijn vanuit drie veiligheidsregio’s drie meldkamers (waarbinnen al intensief werd samengewerkt) samengevoegd: die van Alkmaar, Zaanstad en Haarlem. Die nieuwe meldkamer draait nu zo’n twee jaar naar tevredenheid.’  In januari van dit jaar heeft Jur gekozen voor het zelfstandig ondernemerschap. ‘Via Olav Strotmann en Diemer Kransen ben ik al vrij snel op het spoor gekomen van de opvolging van Michel. Ik heb niet lang hoeven nadenken, ik heb erg veel zin in deze uitdaging!’ De heren kenden elkaar nog niet. ‘De brandweerwereld is weliswaar klein, maar Michel ben ik nog niet eerder tegengekomen’, lacht Jur. 

Michel, kun je aangeven hoe de collega’s bij de veiligheidsregio’s het samenvoegingstraject over het algemeen ervaren? Waar zit volgens jou de grootste uitdaging in? En Jur, hoe zie jij dit?

Michel geeft aan dat commitment en verbinding van alle belanghebbenden en draagvlak voor de inhoudelijke oplossingen zijn grootste uitdaging en zorg waren. Bij de belanghebbenden moet je in de eerste plaats denken aan al het meldkamerpersoneel. Maar ook aan de bestuurlijke portefeuillehouders (burgemeesters), de directeuren (opdrachtgevers) en medewerkers van de veiligheidsregio’s, vertegenwoordigd in talrijke project- en werkgroepen. ‘Voor de medezeggenschap zijn een bijzondere ondernemingsraad (BOR) en een bijzonder georganiseerd overleg (BGO) ingesteld, waarin alle regio’s vertegenwoordigd zijn en een formele rol hebben in de besluitvorming over het organisatieplan en het sociaal plan.’ Michel denkt dat het samenvoegingstraject als lang en daardoor vermoeiend ervaren is, zeker voor de meldkamermedewerkers en anderen die vanaf het begin betrokken zijn. Michel zelf stapte nu bijna twee jaar geleden met nieuwe energie in als projectleider. ‘Dat was op het moment dat het definitieve samenvoegingsmoment (eind Q1 2023) in zicht kwam en dat dat naderend perspectief het urgentiegevoel aanwakkerde. Er ontstond druk om beslissingen te nemen over het organisatieplan, de kosten en verdeling daarvan, het werkgeverschap en de wijze waarop de nieuwe meldkamerorganisatie moet worden aangestuurd. Daarnaast kreeg de andere pijler van het project, de harmonisatie van alarmeringsregelingen en werkprocessen, steeds meer aandacht. Van denken en praten naar afspreken en regelen. Er kwam structuur in de samenwerking en er ontstond een gezamenlijk gevoel waaraan gewerkt werd.’ Voor al dit werk zijn een aantal deelprojecten actief. Michel noemt de werkgroepen die hierbinnen opereren (red.: met tussen haakjes de voorzitter):

  • Incidentbeheersing (Michel Kamphuis)
  • Crisisbeheersing (Lizette Tijink)
  • HRM (Vera Terlouw)
  • Financiën (Rob de Haan)
  • Informatievoorziening en ICT (Albert Gieling tot 1 maart)
  • Communicatie (Heidi Otten).

En daarbij is projectsecretaris (Alex Overbeeke) de constante factor.

Jur is van mening dat er nog een flinke slag te maken valt. Jur: ‘Wat mij betreft zit de grootste uitdaging in het feit dat er vijf veiligheidsregio’s verbonden worden in één meldkamer. De meldingen in de meldkamer moeten zo goed mogelijk verlopen en dat kan alleen maar als er geharmoniseerd wordt. De uitvoerend centralist mag niet teveel gehinderd worden door verschillen tussen de regio’s onderling. Ik ga allereerst vanuit de verschillende werkgroepen de inzichten ophalen om zodoende ook een beeld van de stand van zaken te krijgen. En de werkgroepen daar waar nodig met elkaar te verbinden. Soms moet je even gas geven om aan te haken en een andere keer moet je inhouden om de ander aan te laten sluiten. Dát is samenwerken! De een loopt nu eenmaal soms wat sneller dan de ander.’ Verder benadrukt Jur dat het Sociaal Plan van groot belang is. Voor medewerkers kan bijvoorbeeld de reisafstand heel bepalend zijn. Het is erg fijn als hierover in het Sociaal Plan afspraken zijn gemaakt, aldus Jur. Michel voegt toe dat jaren geleden bij de fusie tussen de meldkamers Zwolle en Apeldoorn ervoor gekozen is om iedereen bij de eigen werkgever te houden. Dat is nu wel anders. Zoals ook bij de politie het geval is, hebben de brandweercollega’s in Oost-Nederland straks één werkgever (VNOG) en één rechtspositie.

Wat is volgens jullie het grootste voordeel van de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland?

Daar is Jur duidelijk in: ‘De uniforme werkwijze. Ook al hebben we straks niet één landelijke werkgever zoals de politie, naar buiten toe – richting de burger – zijn we één organisatie. Michel vult aan: ‘We krijgen de mogelijkheid om het echt professioneler te gaan doen. Daar waar voorheen centralisten ook ondersteunende taken moesten verrichten, hebben we straks een veel robuustere organisatie, veel minder kwetsbaar ook. Daarnaast gaan we straks stevige invulling geven aan de multidisciplinaire samenwerking en de informatievoorziening van de meldkamer, om de hulpdiensten bij het operationeel optreden zo goed mogelijk te ondersteunen.’ Jur: ‘En dan te bedenken dat we ruim voor de eeuwwisseling nog gemeentelijke korpsen hadden met een eigen meldkamer brandweer… Inmiddels ontwikkelt de techniek zich zo razendsnel, we redden het niet meer regionaal. De meldkamerfunctie moet echt landelijk worden opgetuigd. Van monodisciplinair naar multi.’

Hebben jullie tips voor de programmaorganisatie van de kwartiermaker realisatie MK ON?

Michel is van mening dat de fase van bekend worden met elkaar nu echt is aangebroken. ‘We hebben het dan meestal over “cultuur”, een nogal abstract begrip. Ik omschrijf het liever als “naar elkaar toe groeien, werken aan samen”. We willen graag dat alle meldkamermedewerkers van alle kolommen hun identiteit verbinden aan de nieuwe meldkamer. Tot nu toe is hier weinig gelegenheid voor geweest: binnen de witte kolom is nog steeds veel onduidelijk en COVID-19 maakte contact nauwelijks mogelijk.’ Jur sluit zich hierbij aan: ‘Je moet zo snel mogelijk de medewerkers rondleiden op de meldkamer, zó belangrijk! Ze krijgen dan echt gevoel bij hun nieuwe werkplek’. De heren benadrukken dat het daarom ook zo goed is dat álle medewerkers naar een nieuwe werkplek gaan en niet twee meldkamers intrekken bij een reeds bestaande meldkamer. Volgens Michel moet vooral het opleveren van het gebouw, eind mei van dit jaar, bijzondere aandacht krijgen voor alle meldkamermedewerkers en betrokkenen. Het moment en de manier waarop laat hij graag aan de programmaorganisatie over. 'Met z'n allen moeten we nu écht de mensen bij elkaar gaan brengen’, aldus een stellige Michel.

Michel, heb je voor ons nog een gedenkwaardige anekdote uit jouw projectleidersperiode?

Michel, licht aarzelend: ‘Als ik zo terugkijk, is voor mij het meest opvallende moment een vergadering in het najaar van 2020. In mei 2020 ben ik begonnen als projectleider en had ik m’n eerste bijeenkomst met de directeuren van de vijf veiligheidsregio’s. Iedereen nam toen een nogal afwachtende houding aan. Na de zomer hadden we weer een vergadering via Teams in dezelfde samenstelling, waarin ik voor het eerst met inhoudelijke uitwerkingen kwam. Ik had daarbij een dubbelrol, want ik moest naast het geven van de inhoudelijke toelichting mezelf ook door de vergadering heen leiden. Die vergadering staat als een bijzondere ervaring in mijn geheugen gegrift… Het ontaardde al vrij snel in een tweegesprek tussen een van de directeuren en mijzelf. De vergadering werd een optelsom van spanning, vraagtekens en opvallende stiltes, maar niet per se negatief. Na deze vergadering volgde een kentering in het directeurenoverleg en werd dit constructief en eensgezind.’ Hij vat deze ervaring treffend samen: ‘Soms is ongemak nodig om het daarna beter met elkaar te gaan doen.’

Tot slot nog iets toe te voegen?

Michel geeft aan dat hij zijn rol als projectleider niet eerder wilde loslaten dan dat er in een goede opvolging zou zijn voorzien. ‘Met Jur als opvolger doe ik dat met een goed gevoel en vertrouwen.’

En met deze mooie uitspraak komen we aan het einde van het interview. Ook al kenden de heren elkaar tot voor kort niet, het gesprek verliep bijzonder geanimeerd waarbij van alles de revue passeerde. Van een landelijke crisis tot de oprichting van een oefencentrum in het Aziatische deel van Turkije. Uit alles blijkt de bevlogenheid en passie voor het brandweervak, iets dat de heren absoluut gemeen hebben!

Contact met Jur?

Wil je Jur spreken, dan kun je hem bereiken via telefoonnummer 06 54 93 43 16 of per mail: jr.vanlieshout@quicknet.nl.

 

 

Voeg toe aan selectie